Nieuws: 06 jun 2017

" alt="">

Van nazorg naar voorzorg

“Van nazorg naar voorzorg, ofwel problemen voorkomen in plaats van ze laten ontstaan en voortduren. Dat is ook in het geval van werkloosheid de opdracht“, aldus Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER. “En het voorkomen en beperken van werkloosheid lukt nog onvoldoende. Nog te veel mensen zijn op zoek naar ander werk: sommigen omdat hun baan dreigt te verdwijnen of omdat hun contract afloopt, anderen omdat zij geen werk meer hebben. Voor veel werklozen geldt bovendien dat zij lang aan de kant staan en er maar niet in slagen een baan te vinden. Dit is zowel om economische als om sociale redenen onaanvaardbaar.”

 

Met het nieuwe advies ‘Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren‘ wil de SER een proces op gang brengen dat gericht is op het intensiveren van de preventie van werkloosheid. Er wordt bij voorkeur gericht met vier pijlen:

  1. stimuleren dat mensen zich bijvoorbeeld via scholing toerusten op veranderingen in hun werk en op de arbeidsmarkt.
  2. zorgen voor een soepeler overgang van bedreigd werk naar nieuw werk, en van werkloosheid naar werk.
  3. werkzoekenden eerder en gerichter ondersteunen
  4. betrokken partijen op regionaal en sectoraal niveau beter gaan samenwerken.

Regionale adviescentra

Werknemers die hun baan dreigen te verliezen, moeten nog voor ze in de WW terechtkomen, ondersteuning krijgen van nieuw op te richten regionale adviescentra. De komende jaren kunnen partijen ervaring opdoen met de dienstverlening door middel van pilots. De SER kiest daarmee voor een praktijkgerichte benadering.
Met het advies krijgt volgens de arbeidsmarkt van de toekomst vorm. “Dit is de manier om onze achterban beter en sneller te helpen”, zegt Maurice Limmen van het CNV. “Met adviescentra kunnen we werknemers al bijstaan op het moment dat zij dreigen werkloos te worden.”

Politiek zorgvuldig

“Maar we zijn er nog lang niet”, waarschuwt Limmen. “Bij de uitvoering van de voorstellen hebben we ook de politiek nodig. Dit advies is geen menu á la carte waaruit alleen onderdelen kunnen worden gehaald. De politiek moet er zorgvuldig mee omgaan.”
De sociale partners willen ook graag een grotere rol in de regie over de WW en in het arbeidsmarktbeleid.
Veel tijd gevergd
Het advies van de SER volgt ruim anderhalf jaar na het sociaal akkoord in 2013. Commissievoorzitter Romke van der Veen noemt het advies “Bijzonder. Het is ingewikkelde materie en het heeft veel tijd gevergd, dat komt ook omdat het samenhangt met hervormingen op andere terreinen zoals bijvoorbeeld het ontslagrecht, de Participatiewet en de Werkpleinen.”

Regionale adviescentra: Eerder en persoonlijker ondersteunen om werkloosheid te voorkomen

De SER pleit voor een sterkere inzet op preventie van werkloosheid. De raad stelt voor om in de 35 arbeidsmarktregio’s een onafhankelijk adviescentrum op te richten voor ondersteuning, van-werk-naar-werk en begeleiding, primair gericht op de fase voordat mensen beroep doen op de WW. Het werk van de adviescentra gaat vooraf aan de dienstverlening van UWV. De adviescentra vergen een organisatie en uitvoering dichtbij de werkvloer. Dit biedt ruimte voor een rol van de vakbonden, maar ook andere partijen komen in aanmerking voor de uitvoering van de adviescentra. De SER stelt voor de adviescentra te financieren uit de WW-premies, maar zij dienen wel effectief en efficiënt te zijn en kwalitatief goede dienstverlening te leveren. Het advies is om eerst te starten met pilots om de nieuwe vormen van dienstverlening in de praktijk te kunnen testen. Als uit de evaluatie blijkt dat de pilots aan deze eisen voldoen, stelt de SER voor deze te verankeren in de arbeidsmarktinfrastructuur. Daarbij is het uitgangspunt dat de dienstverlening van de adviescentra op termijn tot een vermindering van het beroep op de WW moet leiden. Het voorstel voor de adviescentra is een uitwerking van de afspraken van centrale werkgevers- en werknemersorganisaties in het akkoord uit 2013.

De WW inrichten als een structureel lastendekkende werknemersverzekering

In het sociaal akkoord is ook afgesproken de WW-premies lastendekkend vast te stellen. Uitgaande van deze afspraak adviseert de SER een WW-premie die structureel lastendekkend is. Dat wil zeggen: een premie die hoog genoeg is om alle lasten van de WW te dekken, inclusief de lasten van effectieve bemiddeling en re-integratie en van de activiteiten die de voorgestelde adviescentra uitvoeren. De lasten van de gemiddelde werkloosheid over tien jaar vormen het uitgangspunt voor de premie. Dit leidt tot een stabiele premie die niet conjunctuurversterkend werkt en daarmee geen extra werkloosheid genereert. In het sociaal akkoord is verder afgesproken dat werknemers opnieuw een deel van de premie voor de WW gaan betalen en wel in de verhouding fiftyfifty op basis van koopkrachtneutraliteit.

Aanvullende verzekeringen efficiënt uitvoeren

In het akkoord tussen werkgevers- en werknemersorganisaties is afgesproken dat er in cao’s private aanvullende werkloosheidsverzekeringen zullen worden geregeld om de huidige opbouw en duur van de WW te handhaven. Het advies brengt in kaart wat de verschillende mogelijkheden zijn voor die regelingen. De keuze is aan de decentrale cao-partners. Wat betreft de uitvoering noemt de SER het UWV of een andere publieke partij uit de keten van werk en inkomen, zoals de Sociale Verzekeringsbank . Ook kan gedacht worden aan een uitvoerder van een aanvullende pensioenregeling. Uitvoering van de aanvullende verzekeringen door een van deze partijen voorkomt zo veel mogelijk extra administratie en overdrachtsproblemen.

Verbeteren regie over het arbeidsmarkt- en WW-beleid

Meer accent op preventie van werkloosheid vergt meer regie van die partijen die invloed kunnen uitoefenen op het ontstaan en voortbestaan van werkloosheid. Dat zijn in de eerste plaats de sociale partners; werkgevers en werknemers in de bedrijven en sectoren. Sociale partners hebben in het sociaal akkoord afgesproken dat zij een grotere verantwoordelijkheid nemen voor de WW. Dit advies werkt deze afspraak uit rekening houdend met de lessen uit het verleden, dus Buurmeijer-proof. De SER pleit voor het verbeteren van de regie over de WW en in het arbeidsmarktbeleid op drie niveaus. Op centraal niveau stelt de SER voor sociale partners een zwaarwegende adviesrol te geven bij aspecten van de WW, zoals de systematiek van de premievaststelling en beleid voor bemiddeling en re-integratie. Op sectorniveau moeten cao-partijen meer ruimte krijgen om te adviseren over de vaststelling van de premies voor de sectorfondsen. Voor het regionale niveau is het belangrijk sectorale initiatieven en regionaal beleid met elkaar te verbinden. Dit sluit aan bij de verschuiving van onderdelen van het arbeidsmarktbeleid naar het regionale niveau. De raad zal het initiatief nemen om de kennis en ervaring opgedaan in de regio’s uit te wisselen.

Lees hier het hele SER Advies.

Bron: www.ser.nl