Nieuws: 06 jun 2017

" alt="">

De compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid per 1 juli 2015 is de werkgever ook bij een ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid de transitievergoeding verschuldigd. Dit wordt vaak als onrechtvaardig ervaren. Onrechtvaardig omdat de werkgever voorafgaand aan het ontslag vaak gedurende twee jaar het loon tijdens ziekte heeft doorbetaald en veel kosten heeft gemaakt gericht op de re-integratie van de werknemer in zijn bedrijf of bij een andere werkgever.

Ook schiet deze cumulatie van financiële verplichtingen voor een werkgever bij langdurige ziekte van een werknemer, het doel van de wetswijziging Werk en Zekerheid; het bevorderen van bestendige arbeidsrelaties, voorbij. Het is echter niet mogelijk om de transitievergoeding voor langdurige arbeidsongeschikte werknemers bij hun ontslag te laten vervallen, omdat dat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel uit de Grondwet en internationale verdragen. Een andere voorstel; de gemaakte kosten voor de re-integratie van de werknemer in mindering brengen op de transitievergoeding brengt te veel onduidelijkheid en administratieve rompslomp met zich mee.

Daarom wordt nu voorgesteld door de minister van Sociale Zaken in samenspraak met de Stichting van de Arbeid om werkgevers te compenseren voor de betaalde transitievergoeding bij beëindiging van het dienstverband met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer. Deze compensatie zal worden verstrekt door het UWV en wordt gefinancierd uit het Algemeen Werkloosheidsfonds (daarvoor zal de premie structureel met 0,1% worden verhoogd).
De compensatieregeling zal ook van toepassing zijn in situaties waarin de arbeidsovereenkomst met langdurig arbeidsongeschikte werknemers op of na 1 juli 2015 is geëindigd! Zo worden verschillen tussen werkgevers die voor en na de inwerkingtreding van transitievergoeding tot ontslag zijn overgegaan voorkomen.

De compensatieregeling geldt voor de verschuldigde en betaalde transitievergoedingen bij beëindiging van arbeidsovereenkomsten van onbepaalde en bepaalde tijd die vanwege het niet langer kunnen verrichten van de bedongen arbeid – na ommekomst van de periode gedurende welke het opzegverbod bij ziekte van de werknemer geldt – worden opgezegd of ontbonden. De compensatie geldt voor de transitievergoeding die is verschuldigd op het moment dat het opzegverbod (en de loondoorbetalingsverplichting) afliep.

Ook is de compensatieregeling van toepassing als het dienstverband na de langdurige ziekte en na afloop van het opzegverbod met wederzijds goedvinden in beëindigd, om te voorkomen dat het UWV overspoeld wordt met formele ontslagaanvragen. De regeling geldt ook voor de verschuldigde transitievergoeding bij het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst van rechtswege ziek is.

De compensatie kan nooit hoger zijn de loonkosten die tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid van de ontslagen werknemer zijn doorbetaald.
De aanvraag voor compensatie moet volgens het voorstel worden ingediend bij het UWV, binnen 6 maanden na betaling van de transitievergoeding/beëindiging van het dienstverband. Het UWV moet binnen 8 weken beslissen of een werkgever voor compensatie in aanmerking komt. Bij de ontslagen in de periode van 1 juli 2015 tot datum inwerkingtreding van dit voorstel, geldt – gelet op het verwachte aantal aanvragen – een behandelingstermijn voor het UWV van 6 maanden.
De werkgever moet bij de aanvraag voor compensatie de volgende gegevens aanleveren;
– Arbeidsovereenkomst van de betrokken werknemer
– Beschikking van het UWV of de kantonrechter of de beëindigingsovereenkomst
– De verzuimgegevens
– Het doorbetaalde loon tijdens arbeidsongeschiktheid
– De betaalde transitievergoeding

Zodra het voorstel is goedgekeurd door de eerste en tweede kamer van kracht zal worden zullen we u weer op de hoogte houden van de voorwaarden van de compensatieregeling en hoe en wanneer u voor compensatie in aanmerking kunt komen.

Bron: www.overheid.nl, wetsvoorstel en memorie van toelichting